Ilse aan het woord:
Een warm bad. Letterlijk. Zodra ik uit het vliegtuig stapte werd ik omvangen door de hitte en de vochtigheid (die soms zelfs 95% kan zijn, aldus mijn iPhone). Omvangen werd ik ook door het warme bad dat de familie van de Graaff heet; een beter “thuisgevoel” had ik me niet kunnen wensen.
Want verder weg van thuis en verder weg dan de Nederlandse cultuur kan bijna niet. Iquitos is daarnaast een wereld van verschil met de rest van Peru, een eiland als het gaat om cultuur, de mensen, politiek en het weer.
Op straat zie je vrijwel enkel tuktuks (motocarros), wat me een beetje moet denken aan Azië. Met een beetje geluk kies je er een met genoeg PK om de andere tuktuks in te halen en niet met 2 km per uur in versnelling 1 een klein heuveltje op te hoeven. In m’n hoofd speel ik vaak “Mario Carro” om het ritje van een half uur naar het centrum te overbruggen. De bananenschillen en afval op de grond zijn de obstakels, evenals de scooters en levensgevaarlijke bussen.
Het is een stuk armer, op straat wordt er gevoetbald met een plastic zak gevuld met oude kranten, kinderen verkopen kauwgom om genoeg soles op te halen voor een avondmaaltijd. Hoewel de rest van Peru letterlijk in brand staat door de politieke chaos rondom de president(en), lijken politiek en tijd hier niet te bestaan. Het werk gaat door, protesteren heeft geen zin – welke wegen moet je ook bezetten als die er niet zijn naar Iquitos?
Hoewel mensen vrijwel niets hebben, heerst er een bepaalde rust en tevredenheid. Regenbuien? (en die zijn hárd en véél) Je schuilt, doet een poncho aan, legt het werk neer en morgen is er een nieuwe dag. Belangrijke WK wedstrijd? De hele familie zit voor de buis.
Zin in gezelligheid en dansen? Uit elk huisje, van cementen casa tot aan een houten hutje, van golfplaten tot aan hoog op palen: ze hebben een box. Peruaanse popmuziek, reggaeton, salsa en kerkmuziek schallen uit elke hoek met speakers, het liefst zo hard mogelijk.
Geen geld voor een advocaat of operatie? Geen probleem! Je organiseert een barbecue, voor de gehele buurt, familie en vrienden en verkoopt hier gebakken kip met aardappelen en rijst, aji en huancachina. Biertjes haalt men voor een kleine meerprijs en zo haal je geld op voor datgeen wat je nodig hebt. Een soort crowdfunding, maar dan krijgen mensen er eten, bier en een hoop gezelligheid voor terug.
Ik kan een hoop schrijven over Iquitos, want dichterbij de cultuur van een land kan je eigenlijk niet komen. Maar één ding is zeker, 1,5 maand is te kort. Tweede zekerheid: spreek Spaans. De mensen die hier Engels spreken zijn op twee handen te tellen.
Hoewel bovenstaande veel grote contrasten met Nederland beschrijft, is het huis van Yol, Cesar en Fenne hét warme bad dat je nodig hebt zo ver van Nederland. Hoewel het huis niet af is na een recentelijke verhuizing, voelt het voor mij elke dag na school of na Spaans les als thuis komen. Cesar zet een overheerlijke Peruaanse maaltijd op tafel, er wordt binnen de familie veel gekletst en gepraat, en knuffels gegeven waar nodig. Er is veel vrijheid, een “lay-back vibe” waar alles goed is en veel kan. Ik heb door de familie veel mogen zien van het eten (heerlijk), het schoolsysteem (vreselijk), de Peruaanse jongerencultuur (internet en de nieuwe generatie gaan het hier maken), de karaoke (wordt zéér serieus genomen in Peru, en ongeveer elke Peruaan inclusief Yol kan zingen), de biertjes (zuipen kunnen ze) en de fanatieke sportwereld (alhoewel juichen voor Argentinië er bij mij niet meer in ging na het verlies van Nederland).
Maar dan, El Manguaré: de razend populaire pre-school, waar kinderen nét dat ene steuntje in de rug krijgen om met voldoende bagage aan de basisschool te beginnen. Gratis en voor niets; het enige wat ouders terug hoeven doen is leche maken en af en toe helpen schoonmaken.
Het is het einde van het schooljaar, dus kinderen worden net wat minder vaak gebracht (met name als het regent!). De kinderen die er zijn prefieren school wel duidelijk boven vakantie. Manguaré is sociaal en heeft lieve leraressen, aandacht, ruimte voor fouten. Nouria rent zich suf om de kinderen in te kunnen laten stromen op scholen en hun geboortepapieren te regelen. Millie en Lupe draaien elk op hun compleet eigen manier hun klassen, met creativiteit en gezang. Hoewel ik maar een paar weken meegedraaid heb, merk je wel al snel grote verschillen: niet alleen met het onderwijssysteem van Nederland, maar ook verschillen tussen het niveau van de kinderen. Maar geen probleem, want de kinderen die het nog iets te moeilijk vinden, mogen volgend jaar nog een jaartje “kleuteren”.
Al snel begrijp ik de routine van de dag. Elke klas begint met ontbijten met zoete melk waar broodjes in gedipt worden, waarna er verschillende opdrachten gemaakt worden. Tellen, schrijven, geometrische figuren herkennen, de primaire kleuren herkennen en vervolgens alles inkleuren.
Ze leren vocales (a, e, i, o, u) en numeros (1 t/m 10). De tweede groep is net wat verder en begint al met sylabas en optellen. Na de tareas gaan ze spelen: puzzelen is een grote favoriet, anna maria koekoek, voorlezen, “monstertje” spelen met maskers, buiten spelen op de trampoline of voetballen. Maar het liefst willen ze rondgezwierd worden, knuffels, tikkertje spelen terwijl ik achter ze aan ren. Het stukje aandacht dat thuis vaak ontbreekt. Je merkt dat ze gewend zijn aan vrijwilligers en zijn elke dag enthousiast als ik binnenkom. Even snel een knuffel, zwaaien en een grote lach. Die dingen zijn ook zónder perfect Spaans te kunnen goed te begrijpen gelukkig.
De weken zijn voorbij gevlogen. Al na anderhalve week bij Yol thuis, had ik het gevoel dat ik de familie al jaren kende. Daarnaast is je eigen kamertje én badkamer ook wel eens lekker na al het reizen en slapen in dorms met twaalf andere snurkende personen.
De zes weken waren te kort om écht een project op te kunnen pakken, maar ik heb enorm veel geleerd van deze periode. Spaans lessen, lieve mensen (maar ook minder lieve mensen) begrijpen, kijken wat de dag je brengt, reflecteren, niks móéten, van niks iets maken. En misschien was het ook wel een vlucht van de verwachtingen, de dagelijkse haast en het ‘rennen’ in ons eigen koude kikkerlandje. Iedereen kan af en toe een warm bad gebruiken.
Ik kom heel graag terug naar Iquitos om te kijken hoe het Manguaré vergaat, om biertjes te drinken en karaoke te zingen met Yol en Cesar, en om met Fenne te kletsen om mijn Spaans en haar Engels te oefenen.
Maar ook in Nederland geldt natuurlijk: mi casa es tu casa!

